1. Risicoanalyse vooraf
Begin met een schriftelijke risicoanalyse: welke compartimenten blijven in gebruik, welke gebruiksfunctie geldt nog tijdens de werken, en welke detectieklasse hoort daarbij (NEN 2535 §6)? Documenteer ook bouwgerelateerde risico's: heetwerken, opslag van brandbare materialen en blokkades in vluchtwegen.
2. Vergunningsspoor en gelijkwaardigheid
Overleg vroeg met het bevoegd gezag of de brandweer. In de meeste gevallen wordt een tijdelijke EN54-25 installatie als gelijkwaardig aan de vaste BMI geaccepteerd — mits onderbouwd met plaatsingsontwerp en beheerprotocol (artikel 1.3 Bbl 2024).
3. Plaatsingsontwerp en faseringskaart
Maak per bouwfase een plaatsingsontwerp. Detectoren verhuizen mee met de werkzones; dat moet voorafgaand zijn vastgelegd, niet ad hoc tijdens de bouwvergadering.
4. Installatie en inbedrijfstelling
Installatie binnen 24–48 uur, gevolgd door functietest met logboek. Geef oplevering pas vrij na een verifieerbare end-to-end test (call point → ontruimingsalarm → meldkamer).
5. 24/7 monitoring
Sluit de installatie aan op REACT Cloud zodat alarm én storingen direct bij de projectleider én meldkamer landen. Bij een uitvalsignaal weet je binnen seconden welke unit aandacht vraagt.
6. Wijzigingen tijdens het project
Bouwfases verschuiven altijd. Spreek bij contractondertekening een vast tarief voor herfaseringen af — dat voorkomt meerwerkdiscussies wanneer detectoren een verdieping mee moeten verhuizen.
7. Demontage en opleverdossier
Bij oplevering van de definitieve BMI demonteer je de tijdelijke installatie. Het opleverdossier (risicoanalyse, plaatsingsontwerp, EN54-25 conformiteit, logboek) gaat naar de gebouwbeheerder en de brandweer.
